Wie voor het eerst een Nederlands etiket leest, komt namen tegen die in Frankrijk niemand kent: solaris, johanniter, souvignier gris, regent, cabernet cortis. Het zijn kruisingen die sinds de jaren zestig vooral in Duitsland en Zwitserland zijn gekweekt om twee problemen tegelijk op te lossen: ze rijpen vroeg en ze zijn grotendeels bestand tegen echte en valse meeldauw, de schimmels die in ons natte klimaat de grootste vijand van de wijnboer zijn. In vakjargon heten ze PIWI, naar het Duitse pilzwiderstandsfähig. Zonder deze rassen was wijnbouw in Nederland nauwelijks mogelijk geweest, zegt ook brancheorganisatie VNWP, en ze zijn nog steeds de meest aangeplante druiven van het land.
Hoe smaken ze? Solaris (Freiburg, 1975) is de vroegste en geeft frisse, aromatische wijnen met kruisbes, citrus en vlierbloesem, al wordt hij in warme jaren snel te rijp. Johanniter heeft riesling als ouder en lijkt daarop. Souvignier gris is de populairste nieuwkomer van de laatste jaren. Cabernet blanc, een Zwitserse kruising van cabernet sauvignon en regent, zit volgens Jancis Robinson tussen riesling en sauvignon blanc in. Bij rood is regent de standaard: diep van kleur, stevige tannine, kersen en zwarte bes. Rondo is zachter en fruitiger, pinotin ruikt naar rijpe zwarte kersen, en cabernet cortis rijpt pas half oktober, wat voor Nederland eigenlijk laat is.
Daarnaast lukken de klassieke rassen steeds beter, vooral de Elzasser en Duitse: müller-thurgau (waarmee Slavante en de Apostelhoeve begonnen), auxerrois, riesling, pinot gris en pinot blanc, en in Limburg ook chardonnay en pinot noir. De twee oudste Limburgse BOB’s, Maasvallei Limburg en Mergelland, staan zelfs alleen klassieke rassen toe. Daar zit meteen de grote discussie van de Nederlandse wijnbouw. De Apostelhoeve houdt vast aan klassiek (“we moeten vijfhonderd jaar achterstand op Frankrijk en Duitsland inlopen”), De Kleine Schorre maakt zijn beste wijn van auxerrois op Zeeuwse klei, terwijl St. Martinus, Betuws Wijndomein en Hesselink juist met nieuwe rassen de keuringen winnen.
Gaan de PIWI’s verdwijnen? Ik denk het niet, maar het beeld verschuift. Sinds 2021 mogen ze van de EU ook in BOB-wijnen, en de cijfers van de nieuwe aanplant slingeren: in 2023 was zestig procent van de nieuwe stokken klassiek, in 2024 tachtig procent nieuw, in 2025 weer zeventig procent klassiek. Mijn lezing: grote, ambitieuze projecten kiezen klassiek, vooral voor mousserende wijn, terwijl kleine en nieuwe wijngaarden op de zekerheid van resistente rassen blijven vertrouwen. En wit tegenover rood? Driekwart van de Nederlandse wijn is wit en dat zal zo blijven, want rijpe tannine is hier de lastigste opgave. In 2025 gingen weliswaar voor het eerst meer blauwe dan witte stokken de grond in, maar dat waren vooral pinot noir en pinot meunier: blauwe druiven voor witte bubbels.
De belangrijkste druiven op Nederlandse etiketten:
- Wit, nieuw: solaris, johanniter, souvignier gris, muscaris, cabernet blanc
- Wit, klassiek: müller-thurgau (rivaner), auxerrois, riesling, pinot gris, pinot blanc, chardonnay
- Blauw, nieuw: regent, rondo, cabernet cortis, pinotin, monarch
- Blauw, klassiek: pinot noir, pinot meunier, dornfelder, frühburgunder
