Wijnbouw in Nederland is geen nieuwigheid maar een terugkeer. De oudste vermelding dateert uit 968, toen koningin Gerberga van Saksen haar bezittingen rond Meerssen liet inventariseren, wijngaarden incluis. In de veertiende en vijftiende eeuw stonden de hellingen van Maasdal en Geuldal grotendeels vol wijnstokken, en ook rond Goes, ‘s-Hertogenbosch, Amersfoort en Utrecht werd wijn gemaakt. Rijk werd niemand ervan: een wijngaard bij Valkenburg zag tussen 1439 en 1446 vier van de acht oogsten mislukken. Betere wijn uit Frankrijk en Duitsland, gehopt bier, stijgende graanprijzen, oorlog en vooral de kou van de Kleine IJstijd maakten er vanaf de zestiende eeuw een einde aan. Halverwege de twintigste eeuw was de Nederlandse wijnbouw verdwenen.

De terugkeer begon in 1967, toen wijnhandelaar Frits Bosch op de terrassen van het voormalige klooster Slavante op de Sint-Pietersberg müller-thurgau en riesling plantte; in 1970 maakte hij er zijn eerste zestig flessen van. Datzelfde jaar zette fruitteler Hugo Hulst 800 stokken op de Louwberg, het begin van de Apostelhoeve, nog altijd het oudste wijndomein van het land. Daarna ging het lang langzaam: rond 2003 telde Nederland dertig wijngaarden op 38 hectare, in 2025 waren het er 220 op ruim 350 hectare.

Die groei heeft alles met het klimaat te maken. Volgens het KNMI is Nederland sinds 1901 ruim twee graden warmer geworden, de laatste dertig jaar ruim twee keer zo snel als het wereldgemiddelde. Voor een wijnboer betekent dat een langer groeiseizoen en rijpere druiven, en dus ruimte voor riesling, chardonnay en pinot noir, die hier vroeger zelden rijp werden. In zijn klimaatscenario’s van 2023 verwacht het KNMI dat het in alle seizoenen warmer wordt, met minder vorstdagen, nattere winters, drogere zomers en zwaardere buien. Een studie onder leiding van Kees van Leeuwen (Bordeaux, 2024) concludeert dat bij meer dan twee graden opwarming zo’n negentig procent van de traditionele wijngebieden langs de kusten van Spanje, Italië en Griekenland in de problemen komt, terwijl Noord-Frankrijk, Denemarken en dus ook Nederland kansen krijgen.

Toch zou ik niet te vroeg juichen, want warmer is ook grilliger. In 2023 oogstte Nederland een record van 1,7 miljoen flessen; in 2024 halveerde de oogst na nachtvorst in april en een kletsnat voorjaar met slechte bloei en schimmel, en 2025 was weer een topjaar. Vroegere uitloop maakt de stokken kwetsbaar voor late vorst en natte zomers vergroten de druk van meeldauw. Mijn verwachting: Nederland groeit uit tot een serieus koelklimaat-wijnland, met wit en vooral mousserend als sterkste kaarten, maar het blijft een land waar de oogst van jaar tot jaar kan verdubbelen of halveren.

Terug